Meliskerke 27-03-'26

De Omvallende Toren van Meliskerke
Op een zonnige middag fietsen Suske, Wiske, Lambik, Jerom en tante Sidonia door het Zeeuwse landschap.
De lucht is helderblauw en hier en daar drijven witte wolken langzaam voorbij. Langs de weg staan rijen knotwilgen en de geur van vers gemaaid gras hangt in de lucht.
De wind waait zacht over de velden en in de verte ligt het dorpje Meliskerke. De kerktoren steekt boven de huizen uit, als een herkenningspunt in het vlakke land.
“Wat een rust hier,” zegt tante Sidonia tevreden terwijl ze haar hoedje vasthoudt tegen de wind.
“Perfect weer voor een fietstochtje!”
“En perfect weer voor ontdekkingen!” voegt Lambik er plechtig aan toe terwijl hij zijn borst vooruit steekt.
“Daar moet ergens een toren staan die schever is dan de toren van Pisa!” zegt Lambik belangrijk.
“Dat geloof ik niet hoor,” zegt Wiske. “Zo scheef kan een toren toch niet staan?”
Ze kijkt twijfelend naar Suske, die zijn schouders ophaalt.
“Misschien heeft Lambik het weer eens overdreven,” fluistert hij.
Maar zodra ze de Torenstraat in fietsen en omhoog kijken, blijven Suske en Wiske plotseling staan......