Meliskerke 01-04-'26 

Het is zover... 17:00 

Suske en Wiske 1 april verhaal gaat online!

De Omvallende Toren

Suske en Wiske Album

Op een zonnige middag fietsen Suske, Wiske, Lambik, Jerom en tante Sidonia door het Zeeuwse landschap.
De lucht is helderblauw en hier en daar drijven witte wolken langzaam voorbij. Langs de weg staan rijen knotwilgen en de geur van vers gemaaid gras hangt in de lucht.

De wind waait zacht over de velden en in de verte ligt het dorpje Meliskerke. De kerktoren steekt boven de huizen uit, als een herkenningspunt in het vlakke land.

“Wat een rust hier,” zegt tante Sidonia tevreden terwijl ze haar hoedje vasthoudt tegen de wind.
“Perfect weer voor een fietstochtje!”

“En perfect weer voor ontdekkingen!” voegt Lambik er plechtig aan toe terwijl hij zijn borst vooruit steekt.

“Daar moet ergens een toren staan die schever is dan de toren van Pisa!” zegt Lambik belangrijk.

“Dat geloof ik niet hoor,” zegt Wiske. “Zo scheef kan een toren toch niet staan?”
Ze kijkt twijfelend naar Suske, die zijn schouders ophaalt.

“Misschien heeft Lambik het weer eens overdreven,” fluistert hij.

Maar zodra ze de Torenstraat in fietsen en omhoog kijken, blijven Suske en Wiske plotseling staan.

Voor hen staat een toren… die duidelijk scheef staat.

En niet een beetje.

Hij helt flink over, alsof hij elk moment kan besluiten om gewoon om te vallen.

“Waaah!” roept Wiske terwijl ze snel een stap achteruit doet.
“Die valt om!”

“Kom, wegwezen!” roept Suske.

Suske en Wiske rennen een paar meter van de toren vandaan. Lambik probeert stoer te blijven, zet zijn handen in zijn zij en kijkt kritisch omhoog, maar doet toch ook voorzichtig een paar passen achteruit.

“Puur uit voorzorg,” mompelt hij. “Een echte held neemt geen onnodige risico’s.”

Jerom kijkt zwijgend naar boven. Zijn blik is rustig, maar geconcentreerd.

“Hij zakt,” zegt hij kalm.

En inderdaad… héél langzaam lijkt de toren nog een klein beetje verder te kantelen. Een paar steentjes vallen naar beneden en tikken zacht op de grond.

Suske loopt weer terug naar de toren. Hij kijkt onderzoekend naar de grond en stampt eens stevig met zijn voet.

Tok!

De grond klinkt hol.

Hij stampt nog eens.

Tok… tok!

“Hoorden jullie dat?” vraagt Suske.
“Hier klopt iets niet.”

Wiske komt nieuwsgierig dichterbij en knielt naast hem.
“Het klinkt alsof er iets onder zit…”

Lambik buigt zich ook voorover.
“Een verborgen schat misschien?” fluistert hij hoopvol.


Een geheim onder de toren

Net op dat moment klinkt er gelach achter de kerk. Een groepje kinderen uit Meliskerke komt tevoorschijn. Ze kijken een beetje schuldig en fluisteren onderling.

“Eh… jullie hoeven niet bang te zijn,” zegt één van hen voorzichtig.
“De toren valt niet echt om.”

“Hoezo niet?” vraagt Wiske verbaasd. “Hij staat hartstikke scheef!”

De kinderen kijken elkaar even aan en wijzen dan naar een klein luikje in de grond naast de toren.

“Kom maar kijken.”

Voorzichtig openen ze het luik. Een smalle trap leidt naar beneden, de duisternis in.

“Spannend!” zegt Lambik, al klinkt er een klein beetje zenuwen in zijn stem.

Eén voor één dalen Suske, Wiske en de anderen de trap af. Onder de toren blijkt een oude gang te liggen. De muren zijn van verweerde bakstenen en het plafond is laag, zodat Lambik af en toe moet bukken.

“Een middeleeuwse gang!” roept Lambik enthousiast.
“Misschien hebben hier ooit ridders gelopen!”

Maar dan zien ze iets vreemds.

De gang is helemaal uitgegraven en veel groter gemaakt. Er hangen lampjes aan het plafond, er staat een tafeltennistafel en zelfs een paar zitzakken liggen verspreid over de vloer.

Op een houten plank staan limonadeflessen en koekjes.

“Wij hebben hem groter gemaakt,” zegt een meisje trots.
“We wilden een geheime club maken… De Torenclub!”

“En niemand mocht het weten!” zegt een jongen er snel bij.

Tante Sidonia slaat geschrokken haar handen voor haar mond.

“Maar kinderen… als jullie onder de toren graven…!”

De kinderen kijken plotseling bezorgd omhoog.
De vrolijkheid verdwijnt uit hun gezichten.

Op dat moment klinkt er boven hen een luid…

KRRAAAK!

Stof dwarrelt naar beneden.


De toren helt nóg schever

“Ik denk dat we beter naar buiten kunnen gaan…” zegt Suske snel.

Iedereen rent zo vlug mogelijk de trap op en naar buiten.

En ja hoor…

De toren staat nu nog schever dan eerst. Het lijkt alsof hij gevaarlijk naar één kant overhelt.

“Zie je wel!” roept Wiske.
“Straks valt hij echt om!”

“Dit is een ramp!” roept Lambik dramatisch terwijl hij zijn armen in de lucht gooit.
“De geschiedenis van Meliskerke zal voor altijd veranderen!”

Maar Jerom blijft rustig. Hij kijkt naar de toren, knijpt zijn ogen een beetje samen en zet een stap naar voren.

“Jerom lost dit wel op.”

Hij loopt naar de toren, zet zijn enorme handen tegen de muur… en duwt voorzichtig.

De grond trilt een beetje. Vogels vliegen verschrikt op uit de bomen.

Langzaam… heel langzaam… begint de toren weer rechtop te komen.

Een stukje.

Nog een stukje.

Iedereen houdt zijn adem in.

Tot hij keurig recht staat.

Alsof de toren nooit schuin heeft gestaan!

“Hoera!” juicht Suske.

De kinderen uit Meliskerke beginnen enthousiast te klappen en springen op en neer van blijdschap.

“Het is gelukt!” roept Wiske opgelucht.


Een smakelijke beloning

Plotseling komt de bakker van bakkerij Koppejan aangerend, zijn schort nog om en een beetje meel op zijn handen.

“Wat is hier allemaal gebeurd?”

Wanneer hij hoort dat Jerom de toren heeft gered, begint hij breed te lachen.

“Dat moet gevierd worden!”

Even later verschijnt hij met een grote schaal heerlijke Meliskerkse roombolussen. De geur vult de lucht.

“Voor iedereen!”

De kinderen juichen opnieuw.

Nog geen minuut later komt ook de slager van Slagerij Wisse aangelopen met een schaal warme gehaktballen.

“Ik hoorde dat de toren gered is!” zegt hij vrolijk.
“Dan hoort daar een traktatie bij!”

Lambik wrijft tevreden in zijn handen.
“Dat noem ik nog eens een heldenmaaltijd!”

Hij pakt meteen een bolus en een gehaktbal tegelijk.
“Voor de energie,” legt hij uit met volle mond.


Een onverwacht plan

Juist wanneer iedereen geniet van het feest, komt er nog iemand aanlopen: de hotellier van Hotel BijBoone.

Hij heeft het hele verhaal gehoord en kijkt met grote interesse naar de toren en het kleine luik ernaast.

“Mag ik eens kijken?” vraagt hij nieuwsgierig.

Niet veel later daalt hij samen met Suske, Wiske en de kinderen opnieuw af in de gang.

De hotellier kijkt aandachtig rond. Zijn ogen glimmen.

“Wat een bijzondere plek…” zegt hij zacht. “Dit is geen gewone ruimte. Dit is geschiedenis.”

Hij gaat met zijn hand langs de ruwe bakstenen muur en knikt bedachtzaam.

“En tegelijk… zie ik hier kansen.”

“Kansen?” vraagt Lambik, die inmiddels ook naar beneden is gekomen.

“Ja,” zegt de hotellier enthousiast. “Waar anderen een vergeten gang zien, zie ik een unieke ervaring. Een exclusieve hotelkamer… verborgen onder de toren.”

De kinderen kijken elkaar verrast aan.

“Maar… onze geheime club?” vraagt het meisje voorzichtig.

De hotellier glimlacht vriendelijk.

“Die blijft bestaan,” zegt hij. “Sterker nog… jullie verhaal wordt onderdeel van de kamer.”

Hij wijst om zich heen.

“De muren blijven zoals ze zijn. De vorm van de gang blijft intact. Maar we maken het comfortabel… met zacht licht, warme materialen… en kleine herinneringen aan jullie club.”

“Zoals onze tekeningen?” vraagt een jongen.

“Precies,” zegt de hotellier. “Misschien achter glas… als een geheim dat gasten mogen ontdekken.”

Wiske kijkt bewonderend rond.
“Dan lijkt het alsof je een verborgen wereld binnenstapt…”

“Dat is precies de bedoeling,” zegt de hotellier. “Een plek met karakter. Waar je niet alleen slaapt… maar een verhaal beleeft.”


Een vrolijk einde

Boven de grond schijnt de zon nog steeds. De toren staat stevig en recht, alsof er nooit iets gebeurd is.

Suske en Wiske kijken er tevreden naar.

“Van een bijna-ramp…” zegt Suske.

“…naar een geheim avontuur,” vult Wiske aan.

“En naar een hotelkamer!” roept Lambik. “Ik reserveer alvast!”

“Eerst betalen,” zegt tante Sidonia streng.

Iedereen lacht.

Op dat moment hoort Lambik plotseling weer een krak.

Hij springt overeind.

“Daar gaat hij weer!”

Maar het blijkt Jerom te zijn… die net op een bankje is gaan zitten.

Het bankje breekt met een harde knal en zakt in elkaar.

Even is het stil.

Iedereen kijkt naar Jerom.

Dan barst iedereen in lachen uit.

Zelfs Jerom moet een klein beetje glimlachen.

En de toren?

Die staat vanaf nu rustig en kaarsrecht boven Meliskerke… 

Einde.

Copyright dorpsraad Meliskerke - Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. - Privacy - Disclaimer
Website: Elloro